Geo500_creusement_CabrespineHet uithollen

De schommelingen in debiet en stroomsnelheid van de Clamoux hebben geen gevolgen in de diepte van de Gouffre vanwege de overdaad aan scheuren, gevuld met zand die het debiet regelen. Deze natuurlijke filters zorgen ervoor dat het water dat op de bodem van de put terecht komt, drinkbaar water is van een zeer goede kwaliteit.
Nadat het water van de Clamoux door het waterdoorlaatbare gesteente komt, wordt het opgenomen door de scheuren in de kalksteen. Zo gaat de uitholling van de grot tot op de dag van vandaag door, maar je moet je in gedachten houden dat dit fenomeen van water dat verdwijnt in het kalksteen al vele miljoenen jaren oud is. In deze verre tijden was het dal van Cabrespine nauwelijks uitgegraven en bevond het niveau van de rivier Clamoux zich ongeveer ter hoogte van de parkeerplaats van de Gouffre bevond, dat wil zeggen 200 meter hoger dan tegenwoordig.

Dit verklaard waarom de ondergrondse rivierengte op zo’n grote hoogte is ontstaan en de onvoorstelbare afmetingen van de Gouffre Géant.

Wat gebeurde er aan het begin van de uitholling?
En hoe heeft de grote zaal van de Gouffre kunnen ontstaan? Het water kwam waarschijnlijk via de “rode zalen” binnen en verdween weer via het zwarte gat links achter in de tunnel van de ingang (opening die goed zichtbaar is vanaf de metalen brug).
De draaikolkachtige erosie had de grote zaal al gevormd in een tijdperk dat de Clamoux een veel hoger debiet had dan in onze tijd. Langzaam zakte het water weg via min of meer parallel lopende wegen, maar iets lager, zonder de druk van het water tegen het gewelf, heeft deze zijn evenwicht hersteld onder “dwang van de soorten rotsen waaruit deze bestaat. Het debiet van het water nam af, de Gouffre of put nam de vorm aan van een champignon,een klassieke vorm bekend bij alle karstologen.

Het naar onder wegstromen van de sedimenten was zo omvangrijk dat de weg van de ondergrondse rivier, ondanks instortingen en hervinden van evenwicht van de wanden en het plafond, toegankelijk bleef voor de speleologen. De kilometers gangen waardoor ze gekomen zijn stapelen zich op en verdelen zich over een hoogte van bijna 200 meter. Het door het water uitgegraven volume loopt in de tientallen miljoenen m3.